Invaren voor politici: wetsvoorstel is ondoordacht
Net als de gewone deelnemer aan een verplicht pensioenfonds gaan ook politici invaren naar het nieuwe stelsel. Een nieuw wetsvoorstel hiervoor ligt voor ter consulatie. Maar is dit voorstel wel goed doordacht?
Door Dr. mr. Hans van Meerten
Stel je voor: je hebt jarenlang als minister, Kamerlid, wethouder of gedeputeerde een solide, gegarandeerd pensioen opgebouwd. De regels waren helder. Het ging om een regeling onder de APPA-wet, die op politieke ambtsdragers van toepassing is, rechtstreeks gefinancierd uit de begroting van de overheid, met vaste berekeningsgrondslagen en echte zekerheid over de uitkering.
Nu wil de regering al die rechten overhevelen naar het grote ABP pensioenfonds en ze – met terugwerkende kracht – omzetten naar het nieuwe pensioenstelsel van de Wet toekomst pensioenen (WTP). Dat stelsel kent alleen nog de premieovereenkomst, waarbij de uiteindelijke uitkering kan schommelen met de beleggingsresultaten. De ijzersterke garanties verdwijnen.
Dat is de kern van de consultatieversie van het wetsvoorstel over de overdracht van APPA-rechten naar het ABP.
Op papier lijkt het een administratieve vereenvoudiging. In werkelijkheid is het een fundamentele herschrijving van verworven rechten. Als academicus en advocaat die deze materie al langer volgt, vind ik het voorstel te dun onderbouwd en juridisch riskant. Zonder steviger motivering nodigt het uit tot jarenlange procedures.
Laat ik eens beginnen bij het constitutionele probleem. Artikel 63 van de Grondwet bepaalt dat geldelijke voorzieningen voor leden en gewezen leden van de Staten-Generaal en hun nabestaanden bij wet moeten worden geregeld en alleen met een tweederdemeerderheid kunnen worden aangenomen. Die regel bestaat niet voor niets: hij moet voorkomen dat de Kamer te makkelijk aan de eigen financiële positie tornt.
Het conceptvoorstel probeert de overstap grotendeels als technisch of uitvoeringsgericht te presenteren. Voor Kamerleden blijft een formele verwijzing in de APPA staan, terwijl de echte inhoud van de pensioenregels – opbouwpercentage, indexering, risicoverdeling – naar het gewone ABP-reglement verschuift. Dat lijkt op materiële delegatie van de kern van de regeling, buiten de verzwaarde parlementaire procedure om. De Raad van State heeft eerder al gewaarschuwd voor te ruime delegatiegrondslagen in dit domein. Zo uitgewerkt verzwakt het de constitutionele waarborg.
Ook de eigendomsrechten maken de inzet hoger. Volgens artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en artikel 17 van het EU-Handvest van de grondrechten gelden opgebouwde pensioenaanspraken als eigendom. Europese rechtspraak is duidelijk: elke beperking moet bij wet zijn gesteld, de wezenlijke inhoud van het recht eerbiedigen, evenredig zijn en daadwerkelijk een erkend algemeen belang dienen.
Een gegarandeerde regeling met terugwerkende kracht omzetten in een fluctuerende premieovereenkomst is geen kleine aanpassing. Het verandert de risicoverdeling, de zekerheid van de uitkering en het karakter van wat is opgebouwd. Het conceptvoorstel levert nog niet de zorgvuldige, op feiten gebaseerde rechtvaardiging die nodig is om te laten zien dat deze inbreuk noodzakelijk en evenwichtig is.
Het nationale pensioenrecht wijst dezelfde kant op. De Pensioenwet vertrekt vanuit het uitgangspunt dat opgebouwde rechten bij een wijziging in beginsel intact blijven. Bij collectieve waardeoverdracht bestaat normaal een individueel bezwaarrecht. De WTP schakelt dat bewust uit voor de grote transitie. Dezelfde aanpak toepassen op de APPA zonder aparte analyse van de andere deelnemersgroep – gemiddeld hogere inkomens, andere leeftijds- en genderverdeling – is onvolledig. Er is geen onafhankelijke toets of de omzetting specifiek voor APPA-deelnemers evenwichtig uitpakt. De pijn komt dan bij de individuele deelnemer terecht die daar zelf geen invloed op heeft. Dat is moeilijk evenwichtig te noemen.
Er bestaan alternatieven die nauwelijks zijn onderzocht. De Commissie-Dijkstal keek in 2006 al naar opties en prefereerde dat de materiële hoofdzaken in de formele wet blijven staan, terwijl de uitvoering op afstand kon worden geplaatst. Het conceptvoorstel schuift dat grotendeels terzijde zonder nieuwe analyse.
Ook de aanbestedingsregels verdienen aandacht. De exclusieve overdracht van de uitvoering aan het ABP zonder transparante procedure vraagt om een duidelijkere juridische rechtvaardiging onder Europees aanbestedingsrecht. Het conceptvoorstel behandelt dat onvoldoende.
Hoe dan wel? Want het is niet te verkopen dat deze politici niet gaan invaren, en de gewone man wel. Kansrijk is het bestaande instrument van de zogenaamde Pensioenbewaarder. Dat is een aparte rechtspersoon die de oude vermogensbestanddelen juridisch in eigendom kan houden, terwijl het fonds het economisch belang en het beleggingsbeleid behoudt.
De oude rechten blijven in hun oorspronkelijke vorm bestaan; de nieuwe opbouw kan gewoon als premieovereenkomst bij het ABP plaatsvinden. Het individuele bezwaarrecht blijft intact. Ringfencing is mogelijk. Door pooling kunnen de kosten zelfs dalen. Het is geen theoretische bedenksel; de wet kent dit instrument al sinds 2011 en heeft het versterkt via de Europese pensioenrichtlijnen. Door het te gebruiken voorkom je dat de wezenlijke inhoud van de rechten wordt herschreven, verminder je de constitutionele frictie en verklein je het risico op eigendomsclaims.
Dit alles betekent dus niet dat verandering onmogelijk is. Een zorgvuldig vormgegeven transitie die de kern van de opgebouwde rechten intact laat, een stevige evenredigheidsanalyse levert, reële individuele bescherming biedt en minder ingrijpende opties serieus weegt, kan juridisch houdbaar zijn. De huidige tekst doet dat werk nog niet. Zij onderschat het verschil tussen een publiekrechtelijke regeling en een private premieovereenkomst. Zij presenteert een grote omzetting als grotendeels technisch. En zij laat de deur open voor precies de procedures die zij zou moeten vermijden.
Pensioenen van politici zijn nooit populair. Juist daarom zijn de regels die ze beschermen streng. Als de staat de regels voor zijn eigen ambtsdragers wijzigt, moet dat met uitzonderlijke zorgvuldigheid en transparantie gebeuren. Anders is de boodschap dat zelfs de sterkste formele garanties herschreven kunnen worden wanneer het uitkomt. Beter is het om te pauzeren, de motivering te versterken, de route via de Pensioenbewaarder serieus te onderzoeken en een voorstel te presenteren dat zowel de Grondwet als de Europese eigendomsstandaarden respecteert. Alles minder nodigt uit tot onnodige conflicten en ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat.
Mijn uitgebreide reactie staat hier: https://www.internetconsultatie.nl/pensioenenpolitiekeambtsdragersnaarabp/reactie/88380baf-dca2-4152-9c0b-df7756440493
Hans van Meerten