← Terug naar nieuws
Lees in
Algemeen6 oktober 2026

Compensatie bij baanwissel: hoe verder?

Tijdens het commissiedebat Pensioenonderwerpen van 10 september 2026 heeft minister Vijlbrief toegezegd advies te vragen aan regeringscommissaris Fieke van der Lecq over de gedupeerden die bij baanwissel of werkloosheid de compensatie voor afschaffing van de doorsneesystematiek mislopen. Schattingen lopen uiteen van 20.000 tot 90.000 mensen; individuele schade kan oplopen tot tienduizenden euro’s. Is dit wel een goed idee?

Door redactie

Advies compensatie baanwissel: beter belegd bij buitenlandse experts

Aanleiding Tijdens het commissiedebat Pensioenonderwerpen van 10 september 2026 heeft minister Vijlbrief toegezegd advies te vragen aan regeringscommissaris Fieke van der Lecq over de gedupeerden die bij baanwissel of werkloosheid de compensatie voor afschaffing van de doorsneesystematiek mislopen. Schattingen lopen uiteen van 20.000 tot 90.000 mensen; individuele schade kan oplopen tot tienduizenden euro’s. De minister verwacht het advies in november.

Deze opdracht had beter bij onafhankelijke buitenlandse experts belegd kunnen worden. Dat is geen diskwalificatie van Van der Lecq als persoon, maar een principiële keuze voor afstand tot het stelsel dat het probleem zelf heeft gecreëerd.

Waarom de huidige belegging suboptimaal is Van der Lecq is hoogleraar pensioenmarkten (VU), fellow van Netspar, lid van de Raad van Toezicht van ABP en sinds 1 januari 2024 regeringscommissaris transitie pensioenen. In 2016 leverde zij als Kroonlid van de SER-commissie Toekomst Pensioenstelsel het prototype van het nieuwe contract dat later de basis werd van het Pensioenakkoord. Haar opdracht als commissaris is het monitoren van de uitvoering van de transitie, niet het beoordelen van fundamentele ontwerpfouten van diezelfde transitie.

De gespreide overgang (fondsen stappen tot 1 januari 2028 op verschillende momenten over) is een bewust Nederlandse keuze. Wie vertrekt bij een fonds dat nog niet is overgestapt en instroomt bij een fonds dat al is overgestapt, valt tussen wal en schip. Dat is geen uitvoeringsprobleem, maar een systeemgevolg. Iemand die vanaf 2016 bij het ontwerp en de monitoring betrokken is, heeft inherent minder afstand tot die keuze.

De Nederlandse pensioenwereld is klein en sterk verweven. Onafhankelijkheid in de strikte zin is daardoor moeilijk te organiseren.

Wat buitenlandse experts wél kunnen bieden Andere landen hebben eerder de overstap gemaakt van DB/doorsnee naar individuele premieregelingen: Australië, Chili, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken. Daar bestaan praktijklessen over: portability van aanspraken tijdens een gefaseerde overgang; compensatiemechanismen die niet afhankelijk zijn van het exacte invaarmoment van één fonds; het voorkomen van lock-in-effecten die arbeidsmobiliteit ontmoedigen; uitvoerbare, uitlegbare en budgettair begrensde herstelregelingen.

Internationale deskundigen (OECD, onafhankelijke academici uit die landen, of een kleine commissie met gemengde samenstelling) kijken niet door de bril van de Wtp-onderhandelingen 2019-2023. Zij kunnen toetsen of de huidige Nederlandse oplossing de minst slechte is, of dat er eenvoudiger portabiliteits- of vereveningsconstructies bestaan.

Herhaalde lijn van Van Brenk Lid Van Brenk (50PLUS) vraagt al jaren om niet-Nederlandse deskundigen bij pensioenvraagstukken. In maart 2026 diende zij samen met Struijs een motie in voor onafhankelijk onderzoek “door onder andere niet-Nederlandse deskundigen” naar de beleggingsprestaties van Nederlandse fondsen. In 2019 verzocht zij al om position papers van gerenommeerde internationale macro-economen en het IMF bij de Commissie Parameters. Die lijn is consistent: bij een stelsel dat uniek is in omvang en complexiteit, is interne Nederlandse expertise noodzakelijk maar onvoldoende voor een onafhankelijk oordeel over ontwerpfouten.

Conclusie Het advies over compensatie bij baanwissel gaat over rechtvaardigheid, arbeidsmobiliteit en herstel van een voorzienbaar maar niet opgelost transitie-effect. Dat vraagt om afstand, vergelijkend perspectief en geen extra binding aan het stelsel dat het effect heeft veroorzaakt. Een opdracht aan Van der Lecq levert waarschijnlijk een zorgvuldig, uitvoeringsgericht stuk op. Een opdracht aan (of naast) buitenlandse experts levert eerder een scherpere toets of de gekozen oplossing de enige of de beste is.

Dat onderscheid is precies de reden waarom Van Brenk daar meermaals om heeft gevraagd.